Wanneer de enige manier om een regiotram tegelijk in de provincie en in onze binnenstad te laten rijden de inzet van een lightrail is dan kunnen we er beter van afzien. Een lightrail is een treinstel, niet meer en niet minder, zo'n treinstel moet aan de eisen van het spoorverkeer voldoen en "botsproof" zijn. Het moet daarom zwaar zijn, het heeft grote wielen en er moeten echte perrons voor worden gebouwd. Ziet u al een perron op de Grote Markt?
Nu weet u meteen waarom Wethouder Karin Dekker zo weinig royaal is met op- en afstapplaatsen van de "regiotram" in de stad. Iedere opstapplaats moet een meter hoog zijn...net als op het hoofdstation. Dat wordt een heel vreemde binnenstad. En dan die rails...
We moeten niet de financieële val trappen die de Provincie voor ons heeft gezet. De Provincie wil alleen meebetalen aan ontsluiting van de stad wanneer we een veel te grote en veel te zware lightrail dwars door de binnenstad en over een treinrails, ook op de Zonnelaan en Eikenlaan, laten rijden. We scheuren daarmee de Zonnelaan in tweeën en geld of ruimte voor haltes is er niet. En waarom gaat Groningen, fietsstad bij uitstek, straten afsluiten voor fietsverkeer?
We zijn als grote stad een serieuze gesprekspartner voor de provincie. We kunnen op basis van gelijkheid met elkaar onderhandelen. Laat ons zèlf democratisch beslissen over het vervoer in onze stad. Daarvoor kiezen we onze eigen Gemeenteraad.
Robert Prummel
Ik was vorige week een beetje boos, niet stampvoetend boos maar "politiek" boos. Wanneer politici boos zijn gaan ze met elkaar debatteren of ze stellen vragen aan het College. Ik was helemaal niet te spreken over de voorlichting van het Trambureau en ik ontving er ook meerdere klachten over. Bij bezoeken aan wijken kreeg ik door dat de salami-tactiek waarmee Karin Dekker de tramplannen introduceert de Stadjers moedeloos maakt. Velen willen beslist geen tram maar zij mogen alleen over de uitvoering meepraten. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de werkelijke fase waarin het besluitproces verkeert niet, of slechts na gerichte vragen van burgers, wordt benoemd. Verder is het "hoera en hatsekidee we krijgen een tram!" wat de klok slaat.
Ik heb scherpe vragen gesteld en het College antwoordde prompt.
B&W spelen de vermoorde onschuld. Ze weten van niets en "herkennen zich niet" in mijn kritiek.
Dat geeft niet zoveel, het was te verwachten. Winst is dat ik voor alle twijfelaars en alle misleidde Groningers nu drie dingen zwart op wit van het College heb.
1. Het gaat werkelijk om "plannen die nog niet zijn voorzien van een definitief besluit".
2. Er komt nog een uitslag van het "vergelijkend onderzoek tussen een openbaar vervoersysteem op basis van de tram en een openbaar vervoersysteem op basis van een busknooppuntenmodel".
3. De precieze tracékeuze binnen de stad is aan de Groningse Raad maar "Provinciale Staten hebben een belangrijke rol in de besluitvorming over het Project RegioTram".
Mooi dat dat nu eens zwart op wit staat.
Conclusie
Uit het antwoord blijkt dat de Wethouders het project nog steeds "als een voorbeeld zien van hoe we bewoners en ondernemers in stad en regio aan de voorkant van een project betrekken". Wanneer dat werkelijk zo is dan moet Groningen de Collegepartijen PvdA, SP en vooral het Groen Links van verkeerswethouder Karin Dekker in maart volgend jaar duidelijk maken dat we met elkaar in een fuik zijn gelokt en dat Groningen geen regiotram door de binnenstad wenst. Wanneer we dit College bij de gemeenteraadsverkiezingen naar huis sturen kan de volgende raad in meerderheid besluiten dat die regiotrams dáár gaan rijden waar nu de files staan; langs de ringwegen en de transferia. Regiotrams vol met forenzen uit Zuidlaren en Leek. Dan kan de Raad zich weer buigen over de beste keus voor OV in en rond de binnenstad.

De toepasselijke poster bij het toneelstuk "De vermoorde onschuld". Vraag is welke collegeleden wij hierin kunnen herkennen.
VRAGEN
door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen.
2009 – Nr. 64.
VRAGEN van De Stadspartij van de heer R. Prummel betreffende de voorlichting door het Trambureau.
(Binnengekomen: 26 oktober 2009.)
Het Reglement van Orde van de Gemeenteraad voorziet niet in het indienen van een klacht, maar vragen stellen kan wel. U mag deze raadsvragen als een aanklacht van uw voorlichting over de tramplannen opvatten.
In de Martinikerk werden vorige week maquettes en kaarten getoond van een mogelijke lijn twee van de tram.
Het ging om een zogenaamde voorlichtingscampagne en om inspraak maar ik merkte dat de bezoekers werden bedot en gemanipuleerd. Voorbeelden? De medewerker achter de console liet steeds dezelfde lampjes branden omdat hij , zo sprak hij desgevraagd “vóór die lijn is” en die bezoekers die vroegen of het besluit om een tram door Groningen te leggen definitief is kregen dat bevestigd. Er werd verteld dat alles in kannen en kruiken is en dat de toestemming van de Gemeenteraad voor de exploitatierekening een formaliteit zou zijn. De tram gaat, zo spraken de voorlichters “beslist door”.
Over de Provinciale Staten werd opgemerkt dat hùn besluit een formaliteit zou zijn, een opmerking die een in het Dagblad van het Noorden geciteerde medewerker van het Trambureau afgelopen dinsdag in die krant herhaalde.
Over de nu lopende studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden hoorde het publiek geen woord. Wie ernaar vroeg kreeg met een schouderophalen een “het wordt toch beslist een tram”te horen.
Hoe kan men wanneer burgers zo voorgelicht, en dan gebruik ik het woord in de meest brede zin, een behoorlijk inspraakprocedure verwachten.
In de stad denken veel mensen dat er geen weg meer terug is terwijl de Gemeenteraad nog “no go”momenten heeft waarop anders besloten kan worden.
Ik neem de medewerkers van het Trambureau niets kwalijk. Zij zijn enthousiast over het karwei dat hen is opgedragen. Zij dromen ’s-nachts van trams, dat is duidelijk.
U, geacht College bent in gebreke gebleven en ú bent verantwoordelijk voor een inspraakronde waarin de bevolking op het verkeerde been is gezet. Ik spreek u als college aan op voorlichting die louter propaganda is. Kent u het verschil tussen voorlichting en propaganda eigenlijk wel?
Begrijpt u dat mensen die twijfelen over het nut van de tram of nadenken over een andere route op een dwaalspoor zijn gebracht en dat velen nu zullen denken dat inspraak weinig of geen zin heeft?
De wijze waarop onder uw verantwoordelijkheid over de rol van Provinciale Staten wordt gesproken baart mij zorgen. Beledigen we onze provinciale volksvertegenwoordiging niet wanneer u hun rol afdoet als “een formaliteit”?
Ik verzoek u om er in de toekomst nauwkeurig op toe te zien dat voorlichting neutraler wordt gegeven, u bent een overheid, geen verkoper van time-share appartementen. Ik verwacht van u dat u onder de aandacht van de Groningers laat brengen dat de Raad de exploitatiebegroting nog moet goedkeuren. Het is niet meer fatsoenlijk dat u het misverstand als zouden onze Staten nauwelijks een rol spelen in de beslissingen rond de tram rechtzet.
Recapitulerend stel ik u de volgende vragen:
1. Bent u op de hoogte van de door mij geschetste en door meerde getuigen bevestigde werkwijze van uw voorlichters?
2. Kent u de uitspraak van een medewerker van het Trambureau die in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 20 oktober werd geciteerd en waarin de besluiten van de Provinciale Staten “een formaliteit” worden genoemd.
3. Wat is daarover uw oordeel?
4. Bent u bereid om in de toekomst de parallelle studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden onder de aandacht van de bewoners van onze stad te brengen. En zo ja, hoe gaat u dat doen?
5. Deelt u mijn oordeel dat de voorlichting in de martinikerk afgelopen weekeinde eerder als propaganda en verkooppraatjes dan als voorlichting kan worden beschouwd?
6. Beschouwt u de rol van Provinciale Staten als een formaliteit? En zo niet, bent u dan bereid om de Staten uw excuses aan te bieden over de onjuiste wijze waarop hun rol werd beschreven?
7. Ziet u in dat een bevolking die op het verkeerde been werd gezet tijdens een onder uw verantwoordelijkheid gevoerde voorlichtingscampagne ontmoedigd is om in te spreken en dat de inspraak over de tram zo dreigt te mislukken?
8.Bent u bereid om de misverstanden over de rol van de Staten en de fase waarin het politieke proces nu verkeert in een advertentie in de Gezinsbode en het Dagblad van het Noorden weg te nemen? Met name een advertentie in het Dagblad is een dringend benodigde rectificatie van de aldaar gedane misleidende uitspraak over de rol van Provinciale Staten..
Het college beantwoordt de vragen als volgt:
Groningen, 27 oktober 2009.
Inleiding
De realisatie van twee tramlijnen heeft gevolgen voor de bewoners, bedrijven en organisaties in de stad Groningen en in de regio. Om die reden heeft ons college ingezet op een intensief proces van participatie. Onder het motto: stap in, denk mee is intensief gesproken met inwoners, bedrijven en organisaties in de stad en de regio.
Uitgangspunt hierbij is dat in een vroegtijdig stadium plannen worden voorgelegd aan de mensen in de stad en de regio. Plannen die nog niet zijn voorzien van een definitief besluit. Het is de bedoeling dat de verschillende betrokkenen hun mening kenbaar kunnen maken of met alternatieve tracés komen, zodat deze kunnen worden meegewogen in de planvorming. In deze manier van beleidsvorming staan de inwoner, ondernemer en organisatie centraal en kunnen zij aan de voorkant meepraten. Deze vorm van participatie hebben we in 2008 met succes bij lijn 1 gehanteerd en passen we nu ook toe bij lijn 2.
Mede gezien de positieve reacties die wij ontvangen op het communicatieproces, herkennen wij ons niet in de uitspraak dat voorlichting over de tramplannen als propaganda en verkooppraatjes kan worden beschouwd.
Ten aanzien van de vragen.
1. Het college is niet bekend met de door u genoemde werkwijze van
medewerkers/voorlichters van het Project RegioTram en/of de gemeente Groningen.
2. De door u aangehaalde uitspraak in het artikel in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 20 oktober is (ook bij navraag bij het Dagblad van het Noorden) niet te traceren. Overigens herkennen wij ons niet in de door u geciteerde opmerkingen.
3. Zie beantwoording onder 2.
4. De studie die door Provinciale Staten van Groningen is gevraagd, betreft een vergelijkend onderzoek tussen een openbaar vervoersysteem op basis van de tram en een openbaar vervoersysteem op basis van een busknooppuntenmodel. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het OV-bureau Groningen-Drenthe.
Conform afspraak wordt dit onderzoeksresultaat, zodra het in ons bezit is, aan u toegezonden. Ook zal de uitkomst op de website van het Project RegioTram komen te staan.
5. Naar de mening van het college geeft het Project RegioTram zakelijke en feitelijk juiste informatie. Dat geldt ook voor de voorlichting tijdens de tentoonstelling in de Martinikerk.
6. Provinciale Staten hebben een belangrijke rol in de besluitvorming over het Project RegioTram. Provinciale Staten zullen naar verwachting in de eerste helft van 2010 besluiten over de inhoud en de financiering van Raamwerk RegioRail, het beleidskader voor de aanleg van de tramlijnen op het grondgebied van de gemeente Groningen. De precieze tracékeuze voor de twee tramlijnen in de stad, die onderdeel uitmaken van dit Raamwerk RegioRail, is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad van Groningen. Dit wordt ook door Gedeputeerde Staten onderschreven.
7. Zie beantwoording onder 5. Daarbij merken wij op dat wij het project juist als een voorbeeld zien van hoe we bewoners en ondernemers in stad en regio aan de voorkant van een project betrekken.
8. Ons college is van mening dat er geen misverstand bestaat. Van een rectificatie is dan ook geen sprake.
Vandaag stuurde ik een persbericht de wereld in waarin ik mijn staf breek over het Trambureau en de voorlichting die in de Gemeente Groningen over de tramplannen wordt gegeven.
Een aantal mensen heeft zich bij mij beklaagd over de presentatie in de Martinikerk. Er waren ook klachten over gesprekken, telefonische en schriftelijke informatie aan burgers en wijkorganisaties en over de krantenberichten. Mijn kritiek op het College is dan ook niet mals, met deze wijze van voorlichten worden de Groningers moedeloos gemaakt en de democratie is er niet mee gediend. De Staten mogen in de krant lezen dat men hun rol een "formaliteit" noemt. De bestuurlijke verhoudingen met de Provincie zijn al zo gespannen en met zulke uitspraken wordt de kloof tussen stad en Staten nòg groter.
VRAGEN
door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen.
2009 – Nr. . 23 oktober 2009
Vragen van de Stadspartij, ingediend door Robert Prummel betreffende de voorlichting door het Trambureau.
Geacht College,
Het Reglement van Orde van de Gemeenteraad voorziet niet in het indienen van een klacht, maar vragen stellen kan wel. U mag deze raadsvragen als een aanklacht van uw voorlichting over de tramplannen opvatten.
In de Martinikerk werden vorige week maquettes en kaarten getoond van een mogelijke lijn twee van de tram.
Het ging om een zogenaamde voorlichtingscampagne en om inspraak maar ik merkte dat de bezoekers werden bedot en gemanipuleerd. Voorbeelden? De medewerker achter de console liet steeds dezelfde lampjes branden omdat hij , zo sprak hij desgevraagd “vóór die lijn is” en die bezoekers die vroegen of het besluit om een tram door Groningen te leggen definitief is kregen dat bevestigd. Er werd verteld dat alles in kannen en kruiken is en dat de toestemming van de Gemeenteraad voor de exploitatierekening een formaliteit zou zijn. De tram gaat, zo spraken de voorlichters “beslist door”.
Over de Provinciale Staten werd opgemerkt dat hùn besluit een formaliteit zou zijn, een opmerking die een in het Dagblad van het Noorden geciteerde medewerker van het Trambureau afgelopen dinsdag in die krant herhaalde.
Over de nu lopende studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden hoorde het publiek geen woord. Wie ernaar vroeg kreeg met een schouderophalen een “het wordt toch beslist een tram”te horen.
Hoe kan men wanneer burgers zo voorgelicht, en dan gebruik ik het woord in de meest brede zin, een behoorlijk inspraakprocedure verwachten.
In de stad denken veel mensen dat er geen weg meer terug is terwijl de Gemeenteraad nog “no go”momenten heeft waarop anders besloten kan worden.
Ik neem de medewerkers van het Trambureau niets kwalijk. Zij zijn enthousiast over het karwei dat hen is opgedragen. Zij dromen ’s-nachts van trams, dat is duidelijk.
U, geacht College bent in gebreke gebleven en ú bent verantwoordelijk voor een inspraakronde waarin de bevolking op het verkeerde been is gezet. Ik spreek u als college aan op voorlichting die louter propaganda is. Kent u het verschil tussen voorlichting en propaganda eigenlijk wel?
Begrijpt u dat mensen die twijfelen over het nut van de tram of nadenken over een andere route op een dwaalspoor zijn gebracht en dat velen nu zullen denken dat inspraak weinig of geen zin heeft?
De wijze waarop onder uw verantwoordelijkheid over de rol van Provinciale Staten wordt gesproken baart mij zorgen. Beledigen we onze provinciale volksvertegenwoordiging niet wanneer u hun rol afdoet als “een formaliteit”?
Ik verzoek u om er in de toekomst nauwkeurig op toe te zien dat voorlichting neutraler wordt gegeven, u bent een overheid, geen verkoper van time-share appartementen. Ik verwacht van u dat u onder de aandacht van de Groningers laat brengen dat de Raad de exploitatiebegroting nog moet goedkeuren. Het is niet meer fatsoenlijk dat u het misverstand als zouden onze Staten nauwelijks een rol spelen in de beslissingen rond de tram rechtzet.
Recapitulerend stel ik u de volgende vragen:
1. Bent u op de hoogte van de door mij geschetste en door meerde getuigen bevestigde werkwijze van uw voorlichters?
2. Kent u de uitspraak van een medewerker van het Trambureau die in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 20 oktober werd geciteerd en waarin de besluiten van de Provinciale Staten “een formaliteit” worden genoemd.
3. Wat is daarover uw oordeel?
4. Bent u bereid om in de toekomst de parallelle studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden onder de aandacht van de bewoners van onze stad te brengen. En zo ja, hoe gaat u dat doen?
5. Deelt u mijn oordeel dat de voorlichting in de martinikerk afgelopen weekeinde eerder als propaganda en verkooppraatjes dan als voorlichting kan worden beschouwd?
6. Beschouwt u de rol van Provinciale Staten als een formaliteit? En zo niet, bent u dan bereid om de Staten uw excuses aan te bieden over de onjuiste wijze waarop hun rol werd beschreven?
7. Ziet u in dat een bevolking die op het verkeerde been werd gezet tijdens een onder uw verantwoordelijkheid gevoerde voorlichtingscampagne ontmoedigd is om in te spreken en dat de inspraak over de tram zo dreigt te mislukken?
8.Bent u bereid om de misverstanden over de rol van de Staten en de fase waarin het politieke proces nu verkeert in een advertentie in de Gezinsbode en het Dagblad van het Noorden weg te nemen? Met name een advertentie in het Dagblad is een dringend benodigde rectificatie van de aldaar gedane misleidende uitspraak over de rol van Provinciale Staten..
Met vriendelijke groet,
Robert Prummel
Is er al eens een karikatuur van u in de krant verschenen? Het is voor politici heel gezond want het houdt ons met beide benen op de grond. Het is minder leuk wanneer onze krant een karikatuur maakt van de ongerustheid van de burgers van Groningen.
Gisteren schreef het Dagblad van het Noorden een verslag van de bijeenkomst van boze en ongeruste bewoners van de Zonnelaan. De krant maakte van die bijeenkomst over de tram een artikel dat aan de waarheid geen recht kon doen.
Dat begon al met de titel; Is de visboer nog wel bereikbaar?
Dat puntje is aan de orde gekomen maar dit detail was totaal ondergeschikt.
Een betere titel zou zijn
Bewoners Zonnelaan zijn vreselijk ongerust over de tramplannen
De bewoners discussieerden uiterst serieus over de volgende punten:
* De barrière die een tram in de wijk opwerpt voor voetgangers. Je kunt de rails van dit voorbijrazende monster op te weinig plaatsen kruisen.
* De bedreiging voor de bestaande buslijnen die nu nog hun brede lussen door de wijk trekken en voor ouderen in de wijk van groot belang zijn.
* De onbereikbaarheid van de Shellpomp en de Fonteinkerk. Het bestuur van die kerk heeft de plannen goed bekeken en ontdekt dat de begrafenissen zullen neerkomen op zeulen met kisten....
* De veel te smal geworden rijweg
* Het lawaai van de tram
* De verdwenen parkeerplaatsen
* Het is een tram die voor de helft vol studenten zit en de files rond de stad niet oplost. Studenten horen op de fiets!
* Oudere bewoners van de achterliggende straten hebben er niets aan...
* De bewoners steunden in overgrote meerderheid de alternatieven die door de Stadspartij waren voorgesteld zoals de trein naar Zernike en een aantal mensen wil bussen over de ringweg naar Zernike laten rijden.
En zo was er nog veel meer...
Collega Dick jager van de VVD Fractie was er gelukkig ook. Hij kon de bewoners gelukkig nog overtuigen van de voorlopige staat van de plannen want het leek er op dat iedereen verschrikkelijk was misleid.
Bewoners en wijkbestuurders die met de medewerkers van het Trambureau had gebeld of gesproken hadden immers te horen gekregen dat alles al besloten was en dat verdere besluiten en keuzes formaliteiten waren. In de krant van dinsdag presteerden het Trambureau het zelfs om de rol van Provinciale Staten een "formaliteit" te noemen.
Zo wordt de tram "verkocht", ik heb dat zelf ook in de Martinikerk horen zeggen bij de presentatie van de routes. Ik ben er zo boos over dat ik er vandaag vragen over ga stellen!
Zou ik het "De leugenachtige presentatie van de tramplannen" kunnen noemen? Of is "manipulatie" een beter woord. De ambtenaren van het Trambureau zijn enthousiaste en hardwerkende mensen maar begrijpen zij wel dat zij voorlichters zijn en geen verkopers? Zijn ze door de Wethouder aangestuurd om zo over de tram en de plannen te spreken? De ambtenaren worden door de gemeenteraadsleden buiten de politieke discussie gehouden en ik zal mijn pijlen op Wethouder Karin Dekker richten.
Ik moet ervan uitgaan dat zij verantwoordelijk is voor de misleidende presentatie van de tram! En daarmee laat ik haar niet wegkomen. Binnenkort gaan de vragen uit en dat staan ze ook op deze website.
Een kruik gaat immers te water tot hij barst?
Boegeroep was Karin Dekker’s deel bij het openen van de nieuwe parkeergarage onder CiBoGa. Het displezier gold niet de garage, de hoge belastingen of de ravenzwarte outfit van onze charmante wethouder van Verkeer en Financiën, integendeel het publiek was goedgemutst en had zoëven nog “hiep, hier hoera”geroepen voor de jarige Frank de Vries.