Vandaag stuurde ik een persbericht de wereld in waarin ik mijn staf breek over het Trambureau en de voorlichting die in de Gemeente Groningen over de tramplannen wordt gegeven.
Een aantal mensen heeft zich bij mij beklaagd over de presentatie in de Martinikerk. Er waren ook klachten over gesprekken, telefonische en schriftelijke informatie aan burgers en wijkorganisaties en over de krantenberichten. Mijn kritiek op het College is dan ook niet mals, met deze wijze van voorlichten worden de Groningers moedeloos gemaakt en de democratie is er niet mee gediend. De Staten mogen in de krant lezen dat men hun rol een "formaliteit" noemt. De bestuurlijke verhoudingen met de Provincie zijn al zo gespannen en met zulke uitspraken wordt de kloof tussen stad en Staten nòg groter.
VRAGEN
door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen.
2009 – Nr. . 23 oktober 2009
Vragen van de Stadspartij, ingediend door Robert Prummel betreffende de voorlichting door het Trambureau.
Geacht College,
Het Reglement van Orde van de Gemeenteraad voorziet niet in het indienen van een klacht, maar vragen stellen kan wel. U mag deze raadsvragen als een aanklacht van uw voorlichting over de tramplannen opvatten.
In de Martinikerk werden vorige week maquettes en kaarten getoond van een mogelijke lijn twee van de tram.
Het ging om een zogenaamde voorlichtingscampagne en om inspraak maar ik merkte dat de bezoekers werden bedot en gemanipuleerd. Voorbeelden? De medewerker achter de console liet steeds dezelfde lampjes branden omdat hij , zo sprak hij desgevraagd “vóór die lijn is” en die bezoekers die vroegen of het besluit om een tram door Groningen te leggen definitief is kregen dat bevestigd. Er werd verteld dat alles in kannen en kruiken is en dat de toestemming van de Gemeenteraad voor de exploitatierekening een formaliteit zou zijn. De tram gaat, zo spraken de voorlichters “beslist door”.
Over de Provinciale Staten werd opgemerkt dat hùn besluit een formaliteit zou zijn, een opmerking die een in het Dagblad van het Noorden geciteerde medewerker van het Trambureau afgelopen dinsdag in die krant herhaalde.
Over de nu lopende studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden hoorde het publiek geen woord. Wie ernaar vroeg kreeg met een schouderophalen een “het wordt toch beslist een tram”te horen.
Hoe kan men wanneer burgers zo voorgelicht, en dan gebruik ik het woord in de meest brede zin, een behoorlijk inspraakprocedure verwachten.
In de stad denken veel mensen dat er geen weg meer terug is terwijl de Gemeenteraad nog “no go”momenten heeft waarop anders besloten kan worden.
Ik neem de medewerkers van het Trambureau niets kwalijk. Zij zijn enthousiast over het karwei dat hen is opgedragen. Zij dromen ’s-nachts van trams, dat is duidelijk.
U, geacht College bent in gebreke gebleven en ú bent verantwoordelijk voor een inspraakronde waarin de bevolking op het verkeerde been is gezet. Ik spreek u als college aan op voorlichting die louter propaganda is. Kent u het verschil tussen voorlichting en propaganda eigenlijk wel?
Begrijpt u dat mensen die twijfelen over het nut van de tram of nadenken over een andere route op een dwaalspoor zijn gebracht en dat velen nu zullen denken dat inspraak weinig of geen zin heeft?
De wijze waarop onder uw verantwoordelijkheid over de rol van Provinciale Staten wordt gesproken baart mij zorgen. Beledigen we onze provinciale volksvertegenwoordiging niet wanneer u hun rol afdoet als “een formaliteit”?
Ik verzoek u om er in de toekomst nauwkeurig op toe te zien dat voorlichting neutraler wordt gegeven, u bent een overheid, geen verkoper van time-share appartementen. Ik verwacht van u dat u onder de aandacht van de Groningers laat brengen dat de Raad de exploitatiebegroting nog moet goedkeuren. Het is niet meer fatsoenlijk dat u het misverstand als zouden onze Staten nauwelijks een rol spelen in de beslissingen rond de tram rechtzet.
Recapitulerend stel ik u de volgende vragen:
1. Bent u op de hoogte van de door mij geschetste en door meerde getuigen bevestigde werkwijze van uw voorlichters?
2. Kent u de uitspraak van een medewerker van het Trambureau die in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 20 oktober werd geciteerd en waarin de besluiten van de Provinciale Staten “een formaliteit” worden genoemd.
3. Wat is daarover uw oordeel?
4. Bent u bereid om in de toekomst de parallelle studie naar buslijnen die op aanwijzing van de Staten van Groningen wordt gehouden onder de aandacht van de bewoners van onze stad te brengen. En zo ja, hoe gaat u dat doen?
5. Deelt u mijn oordeel dat de voorlichting in de martinikerk afgelopen weekeinde eerder als propaganda en verkooppraatjes dan als voorlichting kan worden beschouwd?
6. Beschouwt u de rol van Provinciale Staten als een formaliteit? En zo niet, bent u dan bereid om de Staten uw excuses aan te bieden over de onjuiste wijze waarop hun rol werd beschreven?
7. Ziet u in dat een bevolking die op het verkeerde been werd gezet tijdens een onder uw verantwoordelijkheid gevoerde voorlichtingscampagne ontmoedigd is om in te spreken en dat de inspraak over de tram zo dreigt te mislukken?
8.Bent u bereid om de misverstanden over de rol van de Staten en de fase waarin het politieke proces nu verkeert in een advertentie in de Gezinsbode en het Dagblad van het Noorden weg te nemen? Met name een advertentie in het Dagblad is een dringend benodigde rectificatie van de aldaar gedane misleidende uitspraak over de rol van Provinciale Staten..
Met vriendelijke groet,
Robert Prummel
Trackback URL (klik rechts en kopieer shortcut/link locatie)